Google Pixel – From a brand perspective

Google Pixel – Google sleept Android uit de ‘brand’.
Wie Android zegt, denk Samsung, HTC, Sony, Huawei etc. Een optimist hamert op de kracht van Android drivers en het feit dat het open source is. De pessimist ziet vooral de chaos achter de schermen. Laten we even het bestaan van Apple vergeten en focussen op de wereld van Android vanuit het perspectief van het merk.

Android is een open source besturingssysteem van Google. Producenten van Smartphones en tablets krijgen een gratis licentie zolang ze de Google services er op laten staan. Omdat het op de koop toe open source is, kunnen fabrikanten naar hartelust de user interface (skin) en de interaction design aanpassen. Die diversiteit heeft ook een nadeel, namelijk elke telefoon ziet er anders uit en de grafische schil wil soms wel eens haperen. Op de koop toe moet je vaak maanden wachten tot de ingenieurs van merk X de nieuwste versie van Android voorzien hebben van de specifieke skin. Dit is erg frustrerend want Google maakt gratis software, enkel is die niet toegankelijk op je toestel waardoor je prestatie upgrades, updates, extra veiligheid en nieuwe features mist.

Het gevolg is dat Android de stempel ‘outdated’ krijgt, ondanks dat Google wel degelijk een hoge frequentie van updates aanhoudt. Zelfs oude telefoons kunnen geüpdatet worden, enkel ziet de telefoonproducent het niet meer zitten omdat ze natuurlijk liever een nieuwe telefoon verkopen dan een oude updaten. HTC kan het geen moer schelen maar de brand managers van Google  liggen er wel van wakker. Ze zijn de controle kwijt over hun eigen merk.

Op hardwarevlak heeft Adnroid ook te kampen met enkele complexe problemen.  Zo slurpen Android phones veel energie omdat de hardware en software niet 100% op elkaar zijn afgestemd. (Google maakt immers geen hardware, enkel de software)  Het gevolg hiervan is dat de Android telefoons groter worden doordat er een grotere batterij nodig is. De extra afmetingen moeten ook helpen om de energie die vrijkomt in de vorm van warmte te dissiperen aan de oppervlakte van de telefoon. Het is je wellicht al opgevallen dat Android telefoons gemiddeld groter zijn dan de gemiddelde iPhone. Nu weet je dus de hoofdreden. Achter het grote scherm schuilt immers ook een grote batterij om het extra energieverbruik op te vangen. Maar een grotere batterij wil ook zeggen langere laadtijd.

Fabrikanten zoals Samsung doen er alles aan om dit nadeel weg te werken door ‘Quick charge’ te promoten zodat de gebruiker de batterij heel snel kan opladen maar het nadeel hiervan is dat de stroom wordt opgevoerd. Extra stroom = hogere temperatuur. Aangezien de batterij vlak naast de processor zit warmen de twee componenten elkaar op waardoor de ‘room for error’ steeds kleiner en kleiner wordt. Het resultaat hiervan is de exploderende batterij van de Galaxy note S7. Pure pech kan je het niet noemen. Samsung zat verwikkeld in een ratrace om nog voor de lancering van de iPhone 7 een Top-of-the-line Galaxy note S7 te presenteren (en de 7 loopt ook niet toevallig gelijk)  Een ongelukkig toeval?  Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat Samsung zich voor de voeten heeft gelopen en het ongeluk in de hand heeft gewerkt.

Google wist al langer dat het beter kon en heeft een gepast antwoord klaar: De Google Pixel. Heel de wereld vergelijkt de Pixel met Apple’s iPhone maar de Pixel is vooral een antwoord op het gerommel van de fabrikanten in de Android markt. Ze maakte er een zootje van.

Met deze telefoon kan Google zijn klanten bedienen zoals de software fabrikant zelf voor ogen had, want nu heeft Google zowel de hardware als de software zelf in handen met als gevolg dat hardware en software perfect op elkaar afgesteld zijn.

Door alles te controleren heeft Google weer controle over zijn eigen merk en daar is het hen om te doen. Een premium brand met een premium service.

De markt zal er vanaf nu anders uitzien. Maar er  zullen niet minder iPhones verkocht worden, er zullen vooral minder Galaxy’s over de toonbank gaan. Niet door de brandende note maar door de perfect gebrande Pixel.

Robi Struyf